Speeltechnische vernieuwingen

Scarlatti's eigen spel wordt door tijdgenoten omschreven als een ervaring van een voorheen onbekende klankrijkdom. Hiervoor zijn twee redenen:

De nieuw uitgevonden speeltechnieken van de virtuoos bij uitstek, Scarlatti, leveren zeker een belangrijke bijdrage aan deze klankrijkdom. Een veel groter deel van de omvang van het klavecimbel wordt tegelijkertijd gebruikt dan tot dan toe en daarna gebruikelijk was. Dat kan echter niet de enige verklaring zijn. Geconcludeerd kan worden dat Scarlatti niet of nauwelijks staccato speelde, maar legato tot molto legato. Een combinatie van deze twee elementen kan de klankrijkdom verklaren, die zo fascinerend was voor zijn tijdgenoten.

Allereerst komt het technische aspect aan bod. Deze nieuwe speeltechnieken zijn al volledig ontwikkeld in de vroege sonates. Het lijdt geen twijfel dat Scarlatti op dit gebied iets ronduit revolutionairs heeft bereikt. Ik zal een of twee voorbeelden geven van elke technische vernieuwing, let wel van vele of bijna ontelbare voorbeelden. In deze context moet het volgende worden vermeld:

- Toonrepetities op hoge snelheid, vaak verdeeld over beide handen.

K1 - D mineur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K1

Het interessante hieraan, evenals de parallelle passages, is het gebruik van nonenakkoorden, die oplossen in een septiemakkoord (maat 8, 3e en 4e tel). Hier wordt al heel vroeg een begrip van harmonie duidelijk dat zijn tijd ver vooruit was.

Een voorbeeld voor toonrepetities in de rechte hand:

K149 - A mineur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K149

Gekruisde handen, zowel rechts als links. Twee voorbeelden hiervan:

K11 - C mineur - geen tempoindicatie (Naar de partituur)

Voorbeeld K11

K53 - D majeur - Presto (Naar de partituur)

Voorbeeld K53

Arpeggio's over meerdere octaven:

K107 - F majeur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K107

Blokachtige akkoorden, die in de meeste gevallen erg dissonant zijn en, interessant genoeg, vaak niet oplossen in een consonant akkoord. Dit fenomeen wordt ook verklaard in Scarlatti's in wezen modale kijk op muziek. Twee voorbeelden:

K105 - G majeur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K105

K175 - A mineur - Allegro (Naar de partituur)

Blokachtige akkoorden met een omvang groter dan een octaaf:

K119 - D majeur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K119

Passages in tertsen en sexten, de laatste altijd in één hand.

Twee voorbeelden:

K44 - F majeur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K44

In dit voorbeeld wordt de klankrijkdom voornamelijk bereikt via de octaven van de linkerhand.

K57 - B majeur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K57

In elkaar grijpende handen:

K22 - C mineur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K22

Gebroken akkoorden en toonladders, beide over verschillende octaven:

K50 - F mineur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K50

Toonladders op de hoogste snelheid:

K62 - A majeur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K62

Chromatische passages:

K65 - A majeur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K65

Trillers, afwisselend tussen de handen:

K146 - G majeur - geen tempoindicatie (Naar de partituur)

Voorbeeld K146

Dubbele trllers:

K169 - G majeur - Allegro con spirito (Naar de partituur)

Voorbeeld K169

Octaafpassages (in de voorbeelden 8 en 15 waren octaafpassages al zichtbaar in de linkerhand):

K143 - C majeur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K143

Grote sprongen:

K299 - D majeur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K299

Deze sonate is een van de technisch meest veeleisende in het hele werk van Scarlatti.

Glissandos:

K379 - F majeur - geen tempoindicatie (Naar de partituur)

Voorbeeld K379

"Con dedo solo" betekent "met één vinger", dus glijden of glissando.

Het volgende voorbeeld combineert enkele van de technische innovaties, namelijk nootherhalingen, grote sprongen, passages in sexten en gebroken octaven:

K366 - F majeur - Allegro (Naar de partituur)

Voorbeeld K366

Al deze technische innovaties dienen om het klankbeeld te verrijken en te verbreden. Houd er ook rekening mee dat er maar één manier van spelen is dat dit ondersteunt. Dit is legato tot molto legato. Als je rekening houdt met de getuigenissen van zijn tijdgenoten die een tot dan toe onbekende rijkdom aan klank rapporteren, is er maar één logische conclusie: Scarlatti speelde zelf zo.

 

terug